, ook de grondlaag waarin de opslag plaatsvindt kan beschadigd worden indien ze niet over de noodzakelijke combinatie van warmteopslag- en warmteafvoer (transport) beschikt. Zoals beschreven is in België gekozen voor opslag in een diepliggende kleilaag.
Als bruggetje naar mijn praktische proef geef ik onderstaande het verband met thermodyna-mica weer die een beschrijving geeft van warmtetransport in de natuur. Dit zal in de experi-mentele paragrafen verder gedetailleerd worden om de exacte berekeningen te verklaren. ?
Binnen de thermodynamica wordt het proces van warmteoverdracht van een plaats met hoge temperatuur naar een plaats met lagere temperatuur ook flux genoemd. De wetten van de thermodynamica zeggen dat warmteoverdracht altijd van warm naar koud gaat binnen een gesloten systeem. Dit systeem wil van nature naar een zo groot mogelijke vorm van chaos –entropie – wil evolueren. Door een hogere temperatuur zijn er meer atomaire trillingen, en daardoor door meer atomaire botsingen en een hogere mate van chaos.
We kunnen de flux onderverdelen in drie basisvormen:
1. Stromingsflux: Dit is warmteoverdracht door verplaatsing van een warme vloeistof of een warm gas, of van een koude vloeistof of een koud gas. Wanneer warmte door stroming wordt meegevoerd, kan de mate daarvan worden uitgedrukt met de warm-teoverdrachtscoëfficiënt. Deze flux wordt ook convectie genoemd
2. Straling Flux: Dit is warmteoverdracht tussen twee lichamen, die niet met elkaar in aanraking zijn zonder gebruik te maken van een tussenstof. Het ene lichaam is warm en geeft daardoor veel elektromagnetische straling af en verliest zo warmte, en het andere lichaam absorbeert een deel van de binnenkomende straling en zet die om in warmte.
3. Geleidingsflux: Dit is warmteoverdracht binnen een stof, waarbij warmte stroomt van deeltjes met de hogere kinetische energie (temperatuur) naar minder energierijke (koudere) deeltjes. Deze “warmtestroom” is afhankelijk van het temperatuurverschil over de afstand (de temperatuurgradiënt) en de interne weerstand tegen warmte-stroom van het materiaal, die de thermische geleidbaarheid of warmtegeleidingscoëf-ficiënt genoemd wordt. Het is de wet van Fourier die de geleidingsflux beschrijft.
In bijna alle gevallen, zal warmteoverdracht plaatsvinden door meerdere van deze flux vor-men. In het geval van geologische opslag van radioactief afval, zal de warmteoverdracht van de binnen de vaten opgewekte warmte naar de koudere kleilaag plaatsvinden.
Mijn experimenten werden uitgevoerd om een deeltje van deze complete puzzel te kunnen begrijpen. Het slaat op het berekenen van de thermodynamische eigenschappen van natuur-lijke klei. Door wetenschappers is bepaald dat klei unieke eigenschappen heeft die het tot een ideaal materiaal maken om radioactief materiaal in op te slagen. Zo heeft het een zeer lage doorlaatbaarheid voor water, door zijn plastische eigenschappen worden scheuren en breu-ken in de kleilaag automatisch gesloten, en het heeft de mogelijkheid om warmte efficiënt op te slaan en langzaam af te voeren.

x

Hi!
I'm Dora

Would you like to get a custom essay? How about receiving a customized one?

Check it out
x

Hi!
I'm Barry!

Would you like to get a custom essay? How about receiving a customized one?

Check it out